Als het aan Europa ligt gaan mensen langer met hun smartphone doen. Fabrikanten moeten onder meer vijf jaar updates voor hun telefoons uitbrengen.
Lees verder na de advertentie.
Brussel en het updateprobleem van Android
Dat staat in een voorstel van de Europese Commissie (EC). De EC wil dat telefoons tot drie jaar na uitkomst kunnen rekenen op software-updates. Dit soort upgrates voegen nieuwe functies toe. Android 13, dat onlangs uitkwam voor Googles eigen Pixel-telefoons, biedt bijvoorbeeld meer privacyfuncties.
Daarnaast moeten fabrikanten minstens vijf jaar aan beveiligingspatches voor telefoons uitbrengen. Deze updates voegen in tegenstelling tot versie-updates geen nieuwe functies toe, maar spijkeren wel de beveiliging bij. In het voorstel staat dat fabrikanten twee maanden de tijd hebben om een nieuwe beveiligingsupdate uit te brengen.
Google brengt maandelijks een beveiligingspatch voor Android uit. Vervolgens is het aan losse merken, zoals Nokia en Samsung, om deze update door te zetten naar hun eigen telefoons. Het verschilt per smartphone en merk hoe snel en wanneer je (beveiligings)updates krijgt.
In praktijk worden vooral nieuwe en dure smartphones regelmatig geüpdatet. Goedkopere modellen raken achterop en krijgen minder lang of slechts sporadisch updates. De Europese initiatiefwet moet een einde maken aan deze willekeur.
Makkelijk reserveonderdelen bestellen
Verder wil de EC het makkelijker maken om telefoons te repareren. Fabrikanten worden daarom verplicht om tot vijf jaar na uitkomst van een smartphone reserve-onderdelen op voorraad te houden. Denk aan batterijen, schermen, oplaadpoorten en camera’s.
Momenteel is het vaak lastig of (te) duur om reserve-onderdelen op de kop te tikken. Consumenten kiezen er daarom vaak voor om simpelweg een nieuwe telefoon te kopen, in plaats van het oude model te repareren. Dit is zonde van de kostbare grondstoffen in het oude toestel.
Fabrikanten staan voor een keuze
Over batterijen gesproken: Europa geeft telefoonmakers een keuze. Of ze moeten ervoor zorgen dat gebruikers de accu van hun smartphone zelf kunnen vervangen, of de duurzaamheid moet omhoog.
Smartphone-accu’s zouden namelijk te snel slijten. De richtlijn van de EC is dat de accucapaciteit na 500 oplaadbeurten nog minstens 83 procent moet zijn. Ter vergelijking: iPhones zijn zo ontworpen dat er na 500 oplaadbeurten nog 80 procent van de capaciteit over is.
Iedere keer dat je een telefoonbatterij oplaadt, neemt de totale capaciteit ietsjes af. Na verloop van tijd kan er dus minder stroom in dezelfde accu en moet ‘ie eerder aan de oplader.
De markt reageert
Fabrikanten hebben nog niet op de initiatiefwet gereageerd. Wel zegt Digital Europe, een Europese handelsorganisatie, dat de wet mogelijk voor overproductie van (reserve)onderdelen gaat zorgen. Hierdoor zouden onderdelen mogelijk alsnog in de prullenbak belanden.
In januari 2021 gaf de Nederlandse afdeling van Xiaomi al feedback op de bredere duurzaamheidsplannen van Europa. De fabrikant liet toen weten dat het voor software-updates mede-afhankelijk is van andere bedrijven en dus niet alles in eigen hand heeft.
Fairphone als goede voorbeeld
De Nederlandse telefoonfabrikant Fairphone focust zich al langer op het maken van duurzame smartphones. Zo zijn alle onderdelen eerlijk geproduceerd en kunnen klanten hun telefoon zelf repareren door onderdelen na te bestellen.
Bovendien brengt het bedrijf vijf jaar software-updates uit. Ook Samsung houdt dit updatebeleid voor steeds meer smartphones aan.
Het laatste Android-nieuws:
- Video: is de Samsung Galaxy S26 Ultra wel stevig genoeg? (15 mrt)
- ‘Specificaties van Samsung A57 en A37 gelekt’ (Android-nieuws #11) (14 mrt)
- Heeft jouw Android-toestel een update gekregen? Check dit overzicht! (13 mrt)
- Met deze gave webapp zap je langs YouTube-video’s als op een tv (13 mrt)
- Oppo’s nieuwe budgettelefoons hebben grote accu’s, maar oude software (13 mrt)
